ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4355
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- J.G. Treffers
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering en niet-ontvankelijkheid wegens overschrijding bezwaartermijn
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering te beëindigen per 8 januari 2004. Dit bezwaar is echter pas ingediend op 3 oktober 2003, ruim na de wettelijke termijn van zes weken na het besluit van 15 juli 2003. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. De rechtbank Amsterdam oordeelde dat er geen verschoonbare redenen waren voor de late indiening en wees het beroep af.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij de kleine lettertjes van het besluit niet had gelezen en dat haar was medegedeeld dat het geen probleem was om het bezwaar later in te dienen. Tevens werden medische rapporten overgelegd ter onderbouwing. De Centrale Raad van Beroep overwoog echter dat appellante redelijkerwijs in staat had moeten zijn om de bezwaarclausule te lezen en dat de medische rapporten geen aanleiding gaven om het verzuim als verschoonbaar te beschouwen.
De Raad benadrukte dat advies om ondanks termijnoverschrijding toch bezwaar in te dienen niet leidt tot ontvankelijkheid of verschoonbaarheid. Gezien deze overwegingen bevestigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de beëindiging van de WAO-uitkering is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare omstandigheden.