ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4398
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAJONG-uitkering met renteschade en urenbeperking na bezwaar
Appellante had aanvankelijk een WAJONG-uitkering geweigerd gekregen omdat zij volgens het UWV minder dan 25% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank dat een duurbeperking noodzakelijk was, mede vanwege een aanstaande therapeutische dagbehandeling. Het UWV besloot daarop alsnog een uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%, maar appellante bleef het oneens met de medische en arbeidskundige beoordeling en de vastgestelde urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de tijdelijke aard van de dagbehandeling en de mogelijke recuperatietijd, waardoor niet met zekerheid kon worden gesproken van duurzaam benutbare arbeidscapaciteit. Daarom moest het UWV een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werd het verzoek om toepassing van wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen conform vaste jurisprudentie.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellante in hoger beroep en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Hiermee werd het beroep gegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd, met de opdracht aan het UWV om een nieuw besluit op bezwaar te nemen dat de urenbeperking en medische situatie adequaat weerspiegelt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een urenbeperking en renteschade.