ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar premienota UWV
Appellant maakte bezwaar tegen een premienota van het UWV, die was opgelegd naar aanleiding van een belastingaanslag. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant de gronden van het bezwaar niet had ingediend. De rechtbank Alkmaar verklaarde het beroep ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad overwoog dat appellant had voldaan aan de vereisten van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Algemene wet bestuursrecht door tijdig en inhoudelijk bezwaar te maken, mede omdat de belastingaanslag was gewijzigd na overleg tussen de belastinginspecteur en de advocaat van appellant. Hierdoor was de hoogte van de premienota niet correct.
De Centrale Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moet nemen op het bezwaar. Tevens werd het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant tegen de premienota wordt ontvankelijk verklaard en het besluit van het UWV vernietigd.