ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4439
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens onvoldoende rekening houden met allergie
Appellante ging in hoger beroep tegen het besluit van het UWV om haar arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO in te trekken vanwege een vermeende afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, waarbij de (bezwaar)verzekeringsarts geen rekening hield met een beperking ten aanzien van het werken in een stoffige omgeving, omdat appellante geen allergie zou hebben en geen medicijnen gebruikte. Echter, uit een brief van de huisarts bleek dat appellante wel degelijk een stofallergie heeft waarvoor zij regelmatig medicatie gebruikt.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat bij de beoordeling ten onrechte geen rekening was gehouden met deze allergie, waardoor het besluit in strijd was met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het UWV opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen rekening houdend met de allergie van appellante.