ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4702
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant stelde bezwaar tegen het besluit van het UWV van 17 april 2003 waarin werd vastgesteld dat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was en daarom geen WAO-uitkering zou ontvangen. Het UWV verklaarde het bezwaar ongegrond en de rechtbank Maastricht bevestigde dit in haar uitspraak van 15 juli 2004.
In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn pijnklachten. De Centrale Raad van Beroep heeft dit betoog onderzocht en oordeelde dat zowel de verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts de pijnklachten en de behandelingen die appellant had ondergaan, hadden meegewogen in hun beoordeling.
De Raad vond geen reden om het besluit van het UWV te vernietigen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er was geen sprake van een ander oordeel van behandelaars over de belastbaarheid van appellant en ook de brief van dr. L.P. Bos gaf geen aanleiding tot een andere conclusie. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is en wijst het hoger beroep af.