ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Breda die zijn bezwaar tegen een herziening van zijn WAO-uitkering ongegrond verklaarde. Het Uwv had de uitkering per 20 maart 2003 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant voerde onder meer aan dat de verzekeringsarts onvoldoende objectief was en dat een WSW-commissie een maximale belastbaarheid van 20 uur per week had vastgesteld.
De Raad oordeelde dat de medische rapportage van verzekeringsarts Hellekamp, gebaseerd op een uitgebreid spreekuuronderzoek, geen aanwijzingen bevatte voor een gebrek aan objectiviteit. Het vermeende emailbewijs werd niet als betrouwbaar erkend vanwege afwijkende opmaak en onbekende afzender. De bezwaarverzekeringsarts bevestigde het oordeel van Hellekamp. De Raad achtte de belastbaarheid op de datum in geding niet overschat.
Verder werd overwogen dat de WSW-commissie een urenbeperking had vastgesteld, maar dat het Uwv bij de uitvoering van de WAO-regelgeving en jurisprudentie handelt. De herziening van de uitkering was niet gebaseerd op een verslechtering van de gezondheid, maar op arbeidskundige gronden, zoals blijkt uit een rapport van de bezwaararbeidsdeskundige. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er was geen aanleiding voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 65-80% arbeidsongeschiktheid per 20 maart 2003.