ECLI:NL:CRVB:2006:AZ4910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin het beroep tegen de weigering van een WAO-uitkering werd afgewezen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) had eerder besloten geen uitkering toe te kennen omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedroeg.
Appellant stelde dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat hij meer beperkingen had dan vastgesteld. Ter onderbouwing bracht hij meerdere medische en arbeidskundige rapporten in, waaronder van Instituut Psychosofia en diverse specialisten. De Raad heeft deze stukken beoordeeld en geen aanleiding gevonden om het medisch onderzoek als ondeugdelijk te beschouwen.
De Raad heeft de niet-medische stukken en stukken die niet betrekking hadden op de relevante datum buiten beschouwing gelaten. Ook de arbeidskundige beoordeling was naar het oordeel van de Raad deugdelijk. Er zijn voldoende passende functies binnen de belastbaarheid van appellant beschikbaar, waardoor de vaststelling van minder dan 25% arbeidsongeschiktheid terecht is.
Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 25% bedraagt en het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.