ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K.J. Kraan
- J.L.P.G. van Thiel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim bij onterechte reiskostenvergoeding politiefunctionaris
Appellant, werkzaam bij de politieregio Amsterdam-Amstelland, ontving vanaf december 2001 een maximale reiskostenvergoeding op basis van een verhuisformulier waarin hij aangaf te zijn verhuisd van Amsterdam naar Drachten. In werkelijkheid verbleef hij doordeweeks in Amsterdam, waardoor hij ten onrechte een vergoeding ontving voor woon-werkverkeer die hij niet maakte.
Na een opsporingsonderzoek en diverse disciplinaire besluiten, waaronder buitenfunctiestelling en schorsing, legde de korpsbeheerder appellant ontslag op grond van ernstig plichtsverzuim op. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij misleid was en niet wist dat hij geen recht had op de vergoeding, en dat de straf onevenredig was.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten weten dat hij geen recht had op de vergoeding en dat hij door het niet corrigeren van de situatie plichtsverzuim pleegde. De opgelegde straf van voorwaardelijk ontslag werd als niet onevenredig beschouwd gezien de integriteitseisen van zijn functie. De eerdere besluiten tot buitenfunctiestelling en schorsing werden eveneens gehandhaafd.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het voorwaardelijk ontslag van appellant wordt bevestigd wegens plichtsverzuim door het onterecht ontvangen van reiskostenvergoeding en het niet tijdig corrigeren van deze situatie.