ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5080
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.L.M.J. Stevens
- H.R. Geerling-Brouwer
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit invaliditeit op grond van de Algemene Oorlogsongevallenregeling wegens onjuiste beroepsinvaliditeitsvaststelling
Appellante, geboren in 1945, diende in 2002 een aanvraag in voor een invaliditeitsuitkering onder de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). Verweerster erkende haar als oorlogsslachtoffer en stelde een 30% ongeschiktheid vast op basis van psychisch oorlogsletsel. Dit besluit werd echter vernietigd omdat alleen algemene invaliditeit was vastgesteld, terwijl de AOR vereist dat beroepsinvaliditeit wordt beoordeeld.
In het bestreden besluit stelde verweerster opnieuw een 30% ongeschiktheid vast, nu voor werkzaamheden vergelijkbaar met het beroep van kunstenares. Appellante betoogde volledige arbeidsongeschiktheid op psychische gronden, waarvan 50% toe te schrijven aan oorlogsletsel. De Raad constateerde dat verweerster geen specifiek medisch onderzoek had verricht naar beroepsinvaliditeit en onvoldoende inzicht gaf in de vaststelling van het percentage.
De Raad hechtte daarom beslissende waarde aan het rapport van psychiater A.A. van Loon, dat een 100% arbeidsongeschiktheid op psychische gronden vaststelde, waarvan de helft niet aan oorlogsletsel toe te schrijven is. De Raad concludeerde dat appellante voor 50% ongeschikt is door oorlogsletsel voor passende arbeid en vernietigde het bestreden besluit. Verweerster moet een nieuw besluit nemen en appellante wordt het griffierecht en proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit en stelt de beroepsinvaliditeit ten gevolge van oorlogsletsel vast op 50%.