ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5107
Centrale Raad van Beroep
- Herziening
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- J.Th. Wolleswinkel
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant had een uitkering toegekend gekregen per 1 augustus 1993. De minister stelde de uitkering voor de jaren 1994 en 1995 op nihil vanwege inkomsten uit arbeid als directeur van diverse bedrijven en vorderde de betaalde uitkering terug. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in, dat door rechtbank en Raad werd afgewezen.
Appellant verzocht vervolgens herziening van het besluit op grond van nieuwe verklaringen van werknemers, maar de Raad oordeelde dat deze verklaringen niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt omdat ze reeds eerder aan de orde waren geweest en appellant niet tijdig had gehandeld om deze in te brengen. Bovendien hadden deze verklaringen de strafrechter niet weerhouden om appellant te veroordelen.
De Raad achtte de minister bevoegd om het verzoek af te wijzen zonder nader onderzoek, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. De eerdere uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het herzieningsverzoek van appellant wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.