ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5149
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd die door het UWV is geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat ongegrond werd verklaard, waarna appellant in beroep en hoger beroep ging.
De rechtbank en de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het medisch onderzoek, uitgevoerd door verzekeringsartsen, zorgvuldig en toereikend was. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) die de belastbaarheid van appellant weergeeft, werd als betrouwbaar beschouwd. Er was voldoende aandacht besteed aan de klachten van appellant, waaronder rug-, schouder- en vermoeidheidsklachten.
Appellant stelde dat het medisch onderzoek te beperkt was en dat een onafhankelijke internist had moeten worden ingeschakeld. De Raad vond hiervoor geen aanleiding, mede omdat de verzekeringsartsen ook informatie van de huisarts en behandelend internist hadden betrokken.
De Raad concludeerde dat appellant op de relevante datum in staat was om de functies te vervullen die overeenkomen met een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.