ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5208
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende waren gemotiveerd en dat de functies waarop de beoordeling was gebaseerd passend waren.
In hoger beroep stelde appellante dat haar medische klachten, waaronder astma, rugklachten en chronische vermoeidheid, onvoldoende waren meegewogen. Zij verwees naar medische rapporten van haar huisarts en neuroloog die beperkingen bevestigden. De Raad overwoog echter dat de verzekeringsartsen deze klachten zorgvuldig hadden beoordeeld en dat de latere vaststelling van een radiculair syndroom na de peildatum geen aanleiding gaf tot herziening.
De Raad concludeerde dat appellante op de peildatum in staat was om bepaalde functies te vervullen, wat resulteerde in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking van de uitkering bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% wordt bevestigd.