ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5212
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering op basis van deskundigenrapport
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering per 16 juli 2001, omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. Na een deskundigenonderzoek door neurochirurg dr. R.R.F. Kuiters werd de uitkering herzien en vastgesteld op een arbeidsongeschiktheid van 15-25%. Appellante liet een contra-expertise uitvoeren door inspanningsfysioloog drs. C.P. Kesselaar, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen het herzieningsbesluit ongegrond en het eerdere beroep niet-ontvankelijk.
In hoger beroep bevestigt de Raad het oordeel van de door de rechtbank ingeschakelde deskundige. Het rapport van Kuiters is zorgvuldig, consistent en goed gemotiveerd, en zijn conclusies worden niet weerlegd door de contra-expertise. De Raad wijst op de beperkingen van onderzoeken door niet-medici en benadrukt dat arbeidsongeschiktheid medisch objectief moet worden vastgesteld.
De Raad concludeert dat appellante op de in geschil zijnde datum in staat was om de haar voorgehouden functies te vervullen en bevestigt het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 15-25% wordt bevestigd.