ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5214

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-5211 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.J.H. Doornewaard
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het UWV in het gelijk stelde door geen WAO-uitkering toe te kennen na de wachttijd van 52 weken. De rechtbank oordeelde dat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt was. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe medische verklaringen of deskundigenrapporten overgelegd die zijn gezondheidstoestand of arbeidsmogelijkheden per 28 september 2002 anders zouden doen beoordelen.

De Raad voor de Rechtspraak neemt de feiten en omstandigheden over zoals vastgesteld door de rechtbank en onderschrijft volledig de motivering dat de grieven van appellant niet slagen. Omdat appellant geen nieuwe gronden aanvoert die niet reeds door de rechtbank zijn beoordeeld, ziet de Raad geen reden om het hoger beroep gegrond te verklaren.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter G.J.H. Doornewaard en uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

04/5211 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 12 augustus 2004, 03/1354 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 december 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad, gehouden op 10 november 2006. Appellant noch zijn gemachtigde is verschenen. Het Uwv was vertegenwoordigd door
W.L.J. Weltevrede.
II. OVERWEGINGEN
De Raad neemt als vaststaand aan de feiten en omstandigheden die als zodanig zijn vermeld in de aangevallen uitspraak.
In de aangevallen uitspraak is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het Uwv terecht aan betrokkene na voltooiing van de wachttijd van 52 weken geen WAO-uitkering heeft toegekend omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg.
Het door appellant ingediende hoger beroepschrift bevat in essentie dezelfde gronden als ook in het beroepschrift bij de rechtbank naar voren gebracht. In hoger beroep heeft appellant geen nieuwe verklaringen van een medicus of een andere deskundige ingebracht met betrekking tot zijn gezondheidssituatie en zijn (on)mogelijkheden om per 28 september 2002 (de in geding zijnde datum) de hem door de arbeidsdeskundige voorgehouden functies te verrichten.
De Raad is van oordeel dat de rechtbank de grieven van appellant afdoende heeft besproken en genoegzaam heeft gemotiveerd waarom die grieven niet kunnen slagen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig. Nu appellant voorts in hoger beroep geen gronden heeft aangevoerd die niet reeds door de rechtbank zijn beoordeeld, treft het hoger beroep geen doel. De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door G.J.H. Doornewaard. De beslissing is, in tegenwoordigheid van de A.C.W. Ris-van Huussen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.
(get.) G.J.H. Doornewaard.
(get.) A.C.W. Ris-van Huussen.
MR