ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid bij fibromyalgie
Appellante maakte bezwaar tegen de intrekking van haar WAO-uitkering, die was gebaseerd op een vastgestelde arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Zij stelde dat haar fibromyalgie haar meer beperkingen opleverde dan het UWV had aangenomen, onderbouwd met een dagverhaal over pijn en vermoeidheid.
De Raad overwoog dat de verzekeringsartsen de medische beperkingen zorgvuldig hadden vastgesteld. De primaire en bezwaarverzekeringsartsen hadden ook informatie ingewonnen bij de behandelend reumatologe, die fibromyalgie bevestigde maar vooral beweging en conditietraining adviseerde. Er was geen objectief medisch bewijs voor zwaardere beperkingen of psychische ziekte.
De Raad volgde het oordeel van de bezwaarverzekeringsarts dat de ervaren pijnklachten onvoldoende reden waren om een hogere mate van arbeidsongeschiktheid aan te nemen. De rechtbank had dit oordeel eerder ook bevestigd. De functies die appellante nog kon vervullen, leidden tot een inkomensverlies van minder dan 15%, rechtvaardigend dat de uitkering werd ingetrokken.
Het hoger beroep faalde en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering is bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.