ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding van renteschade na onrechtmatig besluit UWV over WW-uitkering
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht waarin zijn verzoek tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van het UWV werd afgewezen. Het geschil betreft een besluit van het UWV van 3 mei 2004 waarin werd meegedeeld dat appellant geen WW-uitkering zou ontvangen wegens verwijtbare werkloosheid. Dit besluit werd later door het UWV herzien en het bezwaar alsnog gegrond verklaard, waarna de uitkering met terugwerkende kracht werd betaald.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het besluit van het UWV onrechtmatig was en dat appellant recht heeft op vergoeding van de wettelijke rente over de periode van de nabetaling, ingaande vanaf 1 juli 2004. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in hoger beroep en tot terugbetaling van het betaalde griffierecht.
De uitspraak bevestigt de verplichting van bestuursorganen om tijdig en rechtmatig besluiten te nemen en compenseert de financiële schade die voortvloeit uit onrechtmatige vertraging bij de uitbetaling van sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente over de nabetaling van de WW-uitkering en tot betaling van proceskosten en griffierecht.