ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5383
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontvallen belang bij weigering WW-uitkering
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Assen waarin het beroep tegen het besluit van het UWV tot weigering van de WW-uitkering ongegrond werd verklaard. Het UWV had de uitkering geweigerd omdat appellant passende arbeid niet had aanvaard.
Tijdens de procedure heeft het UWV een nadere beslissing op bezwaar genomen, waarmee appellant instemde en verzocht om rentevergoeding en proceskostenvergoeding. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant hierdoor geen belang meer had bij het hoger beroep en verklaarde dit niet-ontvankelijk.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV op grond van artikel 8:75 Awb Pro tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €644,-- voor de procedure in eerste aanleg. Ook werd het griffierecht van €140,-- vergoed. De uitspraak werd gedaan door rechter M.A. Hoogeveen op 13 december 2006.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontvallen belang; UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding.