ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering ondanks instandhouding rechtsgevolgen
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering was vastgesteld op een arbeidsongeschiktheidspercentage van 25 tot 35%. De rechtbank Maastricht handhaafde dit besluit, stellende dat de functionele mogelijkheden van appellant juist waren vastgesteld en dat hij geschikt was voor de betreffende functies.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende medische gegevens en een verklaring van zijn fysiotherapeut overgelegd. Het UWV reageerde met rapporten van een bezwaarverzekeringsarts en een bezwaararbeidsdeskundige, die concludeerden dat bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid voldoende rekening was gehouden met de aandoeningen van appellant en dat de functies passend waren.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderbouwing had gegeven in het oorspronkelijke besluit, waardoor dit besluit vernietigd moest worden. De rechtsgevolgen van het besluit blijven echter in stand, mede gelet op de standpunten van de bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in eerste aanleg en hoger beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.