ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5406
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische klachten appellant
Appellant, werkzaam in de horeca, ontving sinds mei 2000 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd geconcludeerd dat appellant geschikt was voor andere functies, wat leidde tot een herziening van zijn uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 11 april 2003.
Appellant betwistte dit besluit, stellende dat zijn klachten waren toegenomen en dat hij onder meer fibromyalgie en polsklachten had, waardoor hij niet geschikt zou zijn voor de geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel, stellende dat de medische en arbeidskundige rapporten voldoende waren en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De Raad oordeelde dat de medische onderzoeken adequaat waren en dat de arbeidsdeskundige onderbouwing de geschiktheid voor de functies voldoende aantoonde. Eventuele overschrijdingen van belastbaarheid werden gemotiveerd en vormden geen beletsel. Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering werd daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.