ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5414
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en juistheid van belastbaarheid en functiegeschiktheid
Appellant heeft een WAO-uitkering aangevraagd wegens chronische osteomyelitis die sinds 2 oktober 2000 tot arbeidsongeschiktheid zou leiden. Het UWV heeft de uitkering geweigerd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 15% zou zijn. De rechtbank heeft dit besluit bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld.
De Raad heeft overwogen dat nadere stukken die na de termijn zijn ingediend buiten beschouwing blijven, mede omdat appellant niet is verschenen bij de zitting. Appellant betwistte de juistheid van de medische beoordeling, met name de beperkingen op staan, lopen en kniebelasting, en stelde dat de functies waarop de schatting is gebaseerd niet passend zijn.
De Raad concludeert dat de bezwaarverzekeringsarts het belastbaarheidspatroon heeft aangescherpt op basis van aanvullende medische informatie, en dat appellant geen nieuwe medische gegevens heeft aangeleverd die het patroon onvoldoende zouden rechtvaardigen. Ook is geoordeeld dat de lange duur van de besluitvorming geen recht op uitkering geeft. De Raad bevestigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wijst de grieven van appellant af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep van appellant af.