ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5420
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, laatstelijk werkzaam als nachtchauffeur, viel uit wegens long- en vermoeidheidsklachten. Het UWV weigerde een WAO-uitkering toe te kennen omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt was na de wettelijke wachttijd. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek tot nader medisch onderzoek af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na bestudering van medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en een psychiater. De Raad acht de vastgestelde belastbaarheid op basis van objectieve medische criteria juist en ziet geen aanleiding voor nader onderzoek.
Hoewel appellant klachten als ongedifferentieerde somatoforme stoornis en toegenomen ernst van symptomen aanvoerde, zijn deze niet relevant voor de peildatum waarop de arbeidsongeschiktheid is beoordeeld. De Raad concludeert dat het UWV het besluit op juiste gronden heeft genomen en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.