ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5629
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAO-uitkeringsbesluit na geschil over mate van arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig productiemedewerker en uitzendkracht, viel uit wegens diverse klachten waaronder rugklachten. Het UWV weigerde aanvankelijk een WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt zou zijn. Na bezwaar kende het UWV een uitkering toe op basis van een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%.
De rechtbank bevestigde dit besluit, waarna appellant in hoger beroep ging. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat de functionele mogelijkheden van appellant, zoals vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, niet waren overschat. De psychische belastbaarheid werd beperkt geacht, met een urenbeperking tot 20 uur per week.
Appellant herhaalde zijn grief dat zijn belastbaarheid was overschat, maar leverde geen nieuwe onderbouwing. De Raad vond geen aanleiding voor nader medisch onderzoek en oordeelde dat appellant op de datum in geschil medisch gezien in staat was de geselecteerde functies uit te oefenen. De arbeidskundige schatting was gebaseerd op actuele functies en een passend systeem. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het beroep verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit om appellant een WAO-uitkering toe te kennen met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 45-55%.