ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- F.J.L. Pennings
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op ouderdomspensioen wegens niet verzekerde perioden volgens AOW
Appellant kreeg met ingang van februari 2003 een ouderdomspensioen en toeslag toegekend op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW), waarop een korting werd toegepast wegens niet verzekerde perioden. De Sociale verzekeringsbank (Svb) stelde dat appellant en zijn echtgenote niet verzekerd waren geweest van 4 februari 1964 tot en met 31 oktober 1969, wat leidde tot een korting van 10%.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep betoogde dat de periode van 4 februari 1964 tot 1 april 1967 ten onrechte als niet verzekerd was aangemerkt. Hij stelde dat hij in die periode werkte in het kader van een assistent-deskundigen programma bij de FAO, waarbij zijn salaris indirect ten laste van het Rijk zou komen, conform artikel 6 lid 1 sub c AOW Pro.
De Raad overwoog dat appellant in die periode niet in dienst was van de Nederlandse overheid en dat zijn salaris werd betaald door de FAO, een internationale organisatie. Hoewel de FAO gefinancierd wordt door lidstaten, waaronder Nederland, betekent dit niet dat het loon direct ten laste van het Rijk kwam. Ook na wetswijzigingen per 1965 was appellant niet in dienst van een Nederlandse publiekrechtelijke rechtspersoon en dus niet verzekerd.
De Raad concludeerde dat de Svb terecht de korting toepaste en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er waren geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. Het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: De korting op het ouderdomspensioen en toeslag wegens niet verzekerde perioden is terecht toegepast en het hoger beroep wordt verworpen.