ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5910
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Haarlem die de herziening van zijn WAO-uitkering had bevestigd. Het UWV had de uitkering per 2 april 2002 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%, gebaseerd op beperkingen vastgesteld door verzekeringsarts Van de Nieuwegiessen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat in het belastbaarheidspatroon onvoldoende rekening was gehouden met zijn klachten, ondersteund door informatie van zijn behandelend orthopedisch chirurg en internist-nefroloog. Tevens werd betwist dat bepaalde functies meegenomen konden worden in de beoordeling.
De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en alle relevante informatie was meegewogen. De bezwaarverzekeringsarts had gemotiveerd waarom de aanvullende medische informatie geen aanleiding gaf tot wijziging van de beperkingen. De Raad vond ook dat de functies die appellant kon verrichten medisch geschikt waren, met uitzondering van de functie wikkelaar vanwege wisselende diensten, wat de mate van arbeidsongeschiktheid niet significant wijzigde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de herziening van de WAO-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.