ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5920
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks pijn- en psychische klachten
Appellante, voormalig wever, heeft sinds 1998 een WAO-uitkering vanwege knie- en psychische klachten. Het UWV heeft haar uitkering herzien per 1 januari 2004 naar een arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%, gebaseerd op medische en arbeidsdeskundige rapportages.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep stelt appellante dat haar klachten worden onderschat en dat de vastgestelde belastbaarheid onjuist is, waardoor de voorgestelde functies haar in ernstige mate overschrijden en zij vreest voor extreem ziekteverzuim.
De Raad stelt zich achter de rechtbank en het UWV. De medische informatie en functionele mogelijkhedenlijst (FML) zijn zorgvuldig beoordeeld. Er is geen bewijs dat appellante ernstiger beperkt is dan vastgesteld. De beschikbare functies zijn passend en overschrijden haar belastbaarheid niet in ernstige mate.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De Raad concludeert dat appellante niet volledig arbeidsongeschikt is en dat het UWV de uitkering correct heeft herzien.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat appellante een arbeidsongeschiktheid van 25-35% heeft en wijst het hoger beroep af.