ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5933

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 december 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-5943 TW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbToeslagenwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging uitspraak over hoogte toeslag ingevolge de Toeslagenwet

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep ongegrond verklaarde inzake de hoogte van een toeslag op grond van de Toeslagenwet. Het bezwaar richtte zich op de vaststelling van het gezinsinkomen en de hoogte van de WAO-uitkering waarop de toeslag is gebaseerd.

De Raad constateerde dat appellant zijn stellingen omtrent het gezinsinkomen en de WAO-uitkering niet heeft onderbouwd. Partijen waren niet aanwezig bij de zitting, maar de Raad zag geen aanleiding om de eerdere uitspraak te herzien.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen gronden waren om af te wijken van de aangevallen uitspraak en geen toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht noodzakelijk was. Daarom werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de vastgestelde toeslag van € 8,76 per dag correct is toegekend.

Uitspraak

04/5943 TW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 15 september 2004, 04/646 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 december 2006
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 november 2006, waar partijen - met voorafgaand bericht - niet zijn verschenen.
II. OVERWEGINGEN
Bij beslissing op bezwaar van 21 januari 2004 heeft het Uwv ongegrond verklaard het namens appellant gemaakte bezwaar tegen het primaire besluit van 11 maart 2003, waarbij aan appellant met ingang van 1 april 2003 een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) is toegekend ad € 8,76 per dag.
De rechtbank heeft het namens appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft mr. Kuit voornoemd zijn in eerdere instanties aangevoerde grief woordelijk herhaald, er op neerkomend dat appellants gezinsinkomen minder bedraagt dan 100% van het geldende minimumloon voor gehuwden of ongehuwd samenwonenden ad € 57,43 per dag, aangezien zijn WAO-uitkering voor zover appellant kan nagaan minder bedraagt dan € 48,67 per dag, het bedrag waarvan het Uwv bij vaststelling van de toeslag is uitgegaan.
Evenals in beroep heeft appellant zijn vorenomschreven stelling op geen enkele wijze onderbouwd. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de aangevallen uitspraak voor onjuist te houden, zodat moet worden beslist als hierna in rubriek III aangegeven.
De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.E.M.J. Hetharie als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 december 2006.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) J.E.M.J. Hetharie.