ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5965
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.A.A.G. Vermeulen
- R. Kooper
- G.F. Walgemoed
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot alternatieve compensatie voor vervallen inkomenscomponent bij beëindiging wacht- en storingsdiensten
Appellant was circa 30 jaar belast met wacht- en storingsdiensten en ontving daarvoor een vergoeding op grond van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Roosendaal (AGR). Na beëindiging van deze diensten werd hem een aflopende toelage toegekend volgens de afbouwregeling van de AGR. Appellant verzocht het college om uit billijkheidsoverwegingen een andere compensatievorm die beter recht zou doen aan het vervallen van deze inkomenscomponent.
Het college wees dit verzoek af en de rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de omstandigheden van appellant, waaronder de lange duur en frequentie van de diensten, geen aanleiding geven tot een andere regeling. In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank onvoldoende rekening hield met het specifieke referentiekader en verwees naar ruimhartiger toepassing van afbouwregelingen elders.
De Raad oordeelde dat de rechtbank de omstandigheden wel degelijk had betrokken en dat deze niet zodanig waren dat toepassing van de hardheidsbepaling gerechtvaardigd was. De frequentie en duur van de diensten zijn volgens de Raad reeds in de afbouwregeling verwerkt. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel werd verworpen omdat het vergelijkingsvoorbeeld betrekking had op een ander bevoegd bestuursorgaan.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek van appellant af. Tevens werd geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot een andere compensatievorm voor het vervallen van de inkomenscomponent.