ECLI:NL:CRVB:2006:AZ5972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- R.C. Schoemaker
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak wegens onjuiste ambtshalve toetsing boeten in socialezekerheidszaak
In deze bestuursrechtelijke zaak betrof het hoger beroep een geschil over correctienota’s en boetenota’s opgelegd aan betrokkene over de jaren 1999 tot en met 2003 naar aanleiding van een looncontrole. Het UWV had de bezwaren tegen deze besluiten ongegrond verklaard.
De rechtbank had het beroep van betrokkene deels gegrond verklaard door het besluit van 20 juli 2004 te vernietigen voor de boetenota’s over 2000, 2001 en 2002, en de boeten voor die jaren te herroepen en opnieuw vast te stellen. De rechtbank oordeelde onder meer dat er geen eerdere boeteopleggingen waren voor 2000, 2001 en 2002, waardoor sprake was van een eerste overtreding.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de rechtbank onterecht ambtshalve de hoogte van de boeten had getoetst, terwijl dit niet tot het aan haar voorgelegde geschil behoorde, en dat dit in strijd was met artikel 8:69 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het hier niet ging om een openbare orde kwestie, vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de boeten over 2001 en 2002 betrof en verklaarde het beroep tegen het besluit van 20 juli 2004 in die zin ongegrond.
De Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 december 2006.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor de boeten over 2001 en 2002 en verklaart het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond.