ECLI:NL:CRVB:2006:AZ8250

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
05-2585 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verzet
Rechters
  • Ch. van Voorst
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
  • M.C.M. van Laar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard

Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 10 november 2005, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hij voerde aan dat zijn slechte gezondheid en moeilijke financiële situatie hem verhinderden het griffierecht binnen de gestelde termijn te voldoen.

De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geheel niet in staat was het griffierecht te betalen. Er was geen reden om te veronderstellen dat hem geen verwijt kon worden gemaakt voor het verzuim. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.

Het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven was niet vertegenwoordigd tijdens de zitting. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 juli 2006, na een zitting op 3 mei 2006.

Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van appellant.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.

Uitspraak

05/2585 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 14 maart 2005, 03/3324 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven (hierna: College)
Datum uitspraak: 5 juli 2006
I. PROCESVERLOOP
Bij uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet van
10 november 2005 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen de uitspraak van de Raad van 10 november 2005 heeft appellant verzet gedaan.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 mei 2006. Appellant is verschenen.
Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
De uitspraak van de Raad van 10 november 2005 berust hierop, dat het griffierecht niet binnen de door de Raad gestelde termijn is betaald.
In het verzetschrift en ter zitting heeft appellant aangevoerd dat het voor hem vanwege zijn slechte gezondheid en moeilijke financiële situatie niet mogelijk was het verschuldigde griffierecht tijdig te betalen.
De Raad is van oordeel dat de niet-ontvankelijkverklaring terecht is geschied. In hetgeen door appellant is aangevoerd, is naar het oordeel van de Raad geen grond gelegen voor het oordeel dat hem ter zake van het verzuim redelijkerwijs geen verwijt kan worden gemaakt. De Raad overweegt daartoe dat appellant niet heeft aangetoond noch aannemelijk heeft gemaakt dat hij geheel niet in staat was het griffierecht te betalen.
Gelet op het voorgaande dient het verzet ongegrond te worden verklaard.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en M.S.E. wulffraat-van Dijk en M.C.M. van Laar als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van J.J. Janssen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 5 juli 2006.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) J.J. Janssen.