ECLI:NL:CRVB:2006:AZ8250
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de Raad van 10 november 2005, waarin zijn hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht. Hij voerde aan dat zijn slechte gezondheid en moeilijke financiële situatie hem verhinderden het griffierecht binnen de gestelde termijn te voldoen.
De Raad oordeelde echter dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij geheel niet in staat was het griffierecht te betalen. Er was geen reden om te veronderstellen dat hem geen verwijt kon worden gemaakt voor het verzuim. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Het College van Bestuur van de Technische Universiteit Eindhoven was niet vertegenwoordigd tijdens de zitting. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 5 juli 2006, na een zitting op 3 mei 2006.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De beslissing bevestigt de eerdere niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep van appellant.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het hoger beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.