ECLI:NL:CRVB:2007:AZ5631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.C.M. van Laar
- F. Dijt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengelduitkering wegens recht op loondoorbetaling werkgever
Appellant was op oproepbasis werkzaam bij een werkgever en meldde zich ziek op 1 december 2003. De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een voorovereenkomst waarbij telkens arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd ontstonden bij oproep. Gezien het frequente gehoor geven aan oproepen ontstond er volgens artikel 7:668a BW een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd die op de ziekmelding nog van kracht was.
De Raad onderschrijft dit oordeel en stelt vast dat appellant daardoor op grond van artikel 7:629 BW Pro recht had op loon bij ziekte, en dus geen aanspraak kan maken op een ziekengelduitkering van het UWV. Het argument van appellant dat artikel 7:629 lid 2 BW Pro van toepassing zou zijn, wordt verworpen omdat hij niet in huiselijke of persoonlijke diensten werkzaam was.
De aangevallen uitspraak wordt bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is genomen door de Centrale Raad van Beroep op 3 januari 2007, na een zitting waarbij appellant niet aanwezig was.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen ziekengelduitkering ontvangt omdat hij recht heeft op loondoorbetaling door zijn werkgever.