ECLI:NL:CRVB:2007:AZ5638
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en oordeel over belastbaarheid en voorgehouden functies
Appellante, laatstelijk werkzaam als productieleidster, was arbeidsongeschikt verklaard na een auto-ongeval met whiplashklachten. Het UWV herzag haar WAO-uitkering op basis van een belastbaarheidspatroon vastgesteld door verzekeringsarts Boss, waarbij haar werkweek werd gemaximeerd op 40 uur, waarvan 30 productief.
Appellante maakte bezwaar tegen deze herziening en voerde aan dat zij niet in staat was om 30 uur per week te werken. De rechtbank en vervolgens de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat het belastbaarheidspatroon en de aan appellante voorgehouden functies medisch en arbeidskundig juist waren vastgesteld, zonder aanleiding tot nader medisch onderzoek.
De Raad nam daarbij mee dat de beperkingen van appellante adequaat waren vastgelegd, dat zij de geselecteerde functies kon verrichten en dat er geen aanwijzingen waren voor een overschatting van haar belastbaarheid. Ook werd een toeslag voor onregelmatig werk in het maatmanloon meegenomen, passend bij haar eerdere werkzaamheden.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit in rechte stand kan houden en bevestigde de uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Er werd geen toepassing gegeven aan artikel 8:75 van Pro de Awb. De uitspraak werd gedaan door K.J.S. Spaas op 2 januari 2007.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep van appellante ongegrond.