ECLI:NL:CRVB:2007:AZ5999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkheidsverklaring bezwaar ziekengeld en verrekening WAO-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen drie besluiten van het UWV: weigering verhoging van de WAO-uitkering, beëindiging van de Ziektewet-uitkering en een niet-ontvankelijkheidsverklaring van bezwaar tegen een brief over verrekening van ziekengeld. De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de verrekeningsbrief niet-ontvankelijk omdat het geen besluit zou zijn, en wees de andere bezwaren af.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat de brief van 2 oktober 2003 wel een op rechtsgevolg gericht besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, zodat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk werd verklaard. Dit besluit werd vernietigd en het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De Raad bevestigde de afwijzing van de bezwaren tegen de weigering tot verhoging van de WAO-uitkering en tegen de beëindiging van de Ziektewet-uitkering, omdat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde en de arbeidsongeschiktheid niet onafgebroken vier weken duurde. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: De niet-ontvankelijkheidsverklaring van het bezwaar tegen de verrekeningsbrief wordt vernietigd, de andere bezwaren worden afgewezen, en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.