ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.C. Stam
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WAO-uitkering en opleidingsvereisten bij arbeidsongeschiktheid
Appellant, arbeidsongeschikt verklaard na een hartinfarct, betwistte het besluit van het UWV tot herziening van zijn WAO-uitkering en de daarbij gehanteerde arbeidsmogelijkheden en diploma-eisen.
De rechtbank had het UWV-besluit vernietigd wegens onvoldoende medische en arbeidskundige onderbouwing, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand gelaten. In hoger beroep betoogde appellant dat de urenbeperking onjuist was en dat functies met een HAVO-diploma-eis niet aan hem mochten worden voorgehouden.
De Raad oordeelde dat de medische beperkingen adequaat waren vastgesteld door de bezwaarverzekeringsarts, die een redelijk goede hartfunctie constateerde zonder noodzaak voor een strengere urenbeperking. De Raad verwierp appellants eigen niet-onderbouwde medische mening.
Ten aanzien van de arbeidskundige grieven stelde de Raad vast dat de functies binnen de 20-urengrens vielen en bevestigde dat een strikte diploma-eis geldt; een functie met een HAVO-eis kan niet worden opgedragen aan iemand zonder dat diploma, ook niet met gelijkwaardige ervaring.
De Raad bevestigde daarmee de vernietiging door de rechtbank en handhaafde het UWV-besluit, waarbij appellant aan de gestelde opleidingseisen voldoet.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant voldoet aan de opleidingseisen en dat de medische urenbeperking adequaat is gemotiveerd, waardoor het UWV-besluit in stand blijft.