ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6278
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en toekenning wettelijke rente en proceskosten in WAO-zaken
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 19 november 2002 waarbij zijn arbeidsongeschiktheidspercentage werd herzien van 80-100% naar 15-25%, met als gevolg een lagere WAO-uitkering. Het bezwaar werd aanvankelijk ongegrond verklaard door het UWV op 19 juni 2003. Later, bij besluit van 10 november 2006, werd het bezwaar alsnog gegrond verklaard en bleef de oorspronkelijke uitkering gehandhaafd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep tegen het besluit van 10 november 2006 niet meer relevant is, omdat dit besluit volledig tegemoetkomt aan de bezwaren van appellant. Wel vernietigt de Raad het eerdere besluit van 19 juni 2003 en de daarmee samenhangende uitspraak van de rechtbank Dordrecht. Tevens wordt appellant een schadevergoeding toegekend in de vorm van wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie van de Raad.
De Raad stelt vast dat er geen grond is voor immateriële schadevergoeding. Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op in totaal €966,-, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €133,-. De uitspraak is gedaan door rechter J. Janssen op 12 januari 2007.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd, de oorspronkelijke WAO-uitkering gehandhaafd, wettelijke rente toegekend en proceskosten vergoed.