ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6441

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
04-4404 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV

Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch inzake een WAO-zaak. Vervolgens trok appellant het hoger beroep in, omdat het UWV geheel aan zijn beroepschrift was tegemoetgekomen. Het UWV stemde in met de intrekking en de vergoeding van proceskosten.

De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet oordeelde de Raad dat het UWV de proceskosten van appellant moest vergoeden, begroot op €644,-, inclusief een eerdere vergoeding die de rechtbank had toegekend maar niet aan appellant had vergoed.

Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie. Het verzoek om vergoeding van griffierecht werd eveneens in aanmerking genomen op basis van toezegging van het UWV.

De uitspraak werd gedaan door rechter C.W.J. Schoor en is onherroepelijk.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en wettelijke rente na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.

Uitspraak

04/4404 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in de artikelen 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 1 juli 2004, 03/317 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 16 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.C. Frissart-Kallenbach, advocaat te Nijmegen, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 11 september 2006 heeft mr. Frissart-Kallenbach namens appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de door appellant geleden schade alsmede te veroordelen in de proceskosten.
Het Uwv heeft meegedeeld dat zij zich conformeren aan het oordeel van de Raad.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Nu het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv geheel aan appellant is tegemoet gekomen, ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.
De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 322,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en - in aanvulling op de door de rechtbank toegekende proceskostenvergoeding ten bedrage van € 322,- ­
€ 322,- voor de verleende rechtsbijstand ter zitting van de rechtbank, waarbij de Raad nog opmerkt dat, zoals ook door het Uwv is erkend, de rechtbank had verzuimd het Uwv in die kosten te veroordelen.
Voorts overweegt de Raad het Uwv overeenkomstig het verzoek van appellant ook te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellant verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van
1 november 1995, gepubliceerd in JB 1995,314.
Ten slotte merkt de Raad op ten aanzien van het verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht naar de daarop betrekking hebbende toezegging in de brief van het Uwv van
7 september 2006 aan de gemachtigde van appellant.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemers-verzekeringen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering;
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor. De beslissing is, in tegenwoordigheid van C. Tersteeg als griffier, uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2007.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) C. Tersteeg.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.