ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- C.W.J. Schoor
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig bedrijfshoofd sociale werkplaats, meldde zich arbeidsongeschikt wegens depressie en hypothyreoïdie. Een verzekeringsarts stelde vast dat de beperkingen door deze aandoeningen dateren van vóór 1999, maar dat appellant vanaf 1 mei 2003 duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden had.
Het Uwv trok daarom de WAO-uitkering met ingang van 1 mei 2003 in. Appellant voerde aan nog klachten te ervaren en zich niet arbeidsgeschikt te achten, maar dit werd door de Raad niet gevolgd. De medische rapportages, waaronder van de huisarts en internist, onderschrijven het herstel.
De Raad concludeert dat de intrekking op een deugdelijke medische grondslag berust en dat de reactieve klachten geen rechtstreeks medisch objectiveerbaar gevolg van ziekte zijn. De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering per 1 mei 2003 wordt bevestigd wegens herstel van arbeidsongeschiktheid.