ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Riphagen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak over vergoeding proceskosten in bezwaarfase bij WAO-uitkering
De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage die het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en het bestreden besluit vernietigde. De rechtbank had appellant veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en deskundigenkosten gemaakt in de bezwaarfase.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 7:15 Awb Pro had toegepast. Deze bepaling vereist dat het primaire besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, terwijl in dit geval het besluit niet was herroepen en de vernietiging was gebaseerd op een ondeugdelijke motivering, niet op inhoudelijke fouten.
Daarom vernietigde de Raad het deel van de uitspraak dat appellant verplichtte tot vergoeding van de proceskosten in de bezwaarfase. De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 5 januari 2007 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het deel van de uitspraak dat appellant tot vergoeding van proceskosten in de bezwaarfase verplicht.