ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6643
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van definitieve indeling arbeidsongeschiktheidsklasse zelfstandige volgens middelingsmethode WAZ
Appellante, een zelfstandig caféhoudster, had een WAZ-uitkering toegekend gekregen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage dat varieerde van 80-100% tot uiteindelijk 25-35%, met toepassing van artikel 58 WAZ Pro over een periode van drie jaar. Het UWV paste de middelingsmethode toe voor de definitieve vaststelling van de arbeidsongeschiktheidsklasse per 3 oktober 2003, resulterend in een indeling van 35-45%.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV ten onrechte was teruggekomen van eerdere besluiten en onvoldoende rekening had gehouden met haar verslechterde gezondheidssituatie en het staken van haar onderneming. Zij stelde dat de driejaarsperiode niet representatief was en dat een afwijking van de middelingsmethode noodzakelijk was.
De Raad oordeelde dat het UWV bevoegd was de middelingsmethode toe te passen en dat appellante niet had aangetoond dat een afwijking daarvan gerechtvaardigd was. Het medisch onderzoek van april 2003 toonde weliswaar geen duurzaam benutbare arbeidsmogelijkheden, maar ook niet dat zij volledig arbeidsongeschikt was. De vermeende verslechtering van haar gezondheid na dat onderzoek was onvoldoende aannemelijk gemaakt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de definitieve indeling van appellante in de arbeidsongeschiktheidsklasse 35-45% per 3 oktober 2003.