ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. van Leeuwen
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting arbeidsongeschiktheid
Appellant, woonachtig in Marokko, betwistte de herziening van zijn WAO-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 25 tot 35% vanaf 20 april 2004. Na medisch onderzoek in Marokko en een functionele mogelijkhedenlijst stelde het Uwv vast dat appellant beperkingen heeft door een chronische depressieve stoornis, maar nog geschikt is voor bepaalde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de voorgelegde functies passend waren en dat er onvoldoende bewijs was dat appellant deze niet kon vervullen. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen sinds 1990 waren toegenomen en dat hij niet in staat was de functies te vervullen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv voldoende rekening had gehouden met de beperkingen, mede gebaseerd op rapportages van Marokkaanse artsen en verzekeringsartsen. De medische verklaring van een psychiater uit 2004 was niet relevant voor de datum van het besluit. Er waren geen nieuwe feiten die het besluit konden wijzigen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het Uwv.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.