ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6725

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 januari 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-1047 WSF
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J. Janssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging ongegrondverklaring beroep tegen vaststelling draagkracht 2005 door IB-Groep

Appellante maakte bezwaar tegen de door de IB-Groep vastgestelde draagkracht voor het jaar 2005, waarbij haar draagkracht op nihil werd gesteld. De IB-Groep verklaarde het bezwaar ongegrond bij besluit van 13 december 2004. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond.

In hoger beroep stelt appellante dat haar beroepschrift gericht was tegen de terugvordering van partnertoeslag over de jaren 1998, 1999 en 2000, terwijl het bestreden besluit uitsluitend betrekking heeft op de draagkracht voor 2005. De Raad stelt vast dat de terugvordering van de partnertoeslag reeds in een eerdere procedure is behandeld en in stand is gebleven.

De thans aangevoerde grieven hebben geen betrekking op het bestreden besluit en kunnen daarom niet slagen. De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank. Er worden geen proceskosten toegekend.

Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van de IB-Groep over de vaststelling van haar draagkracht voor 2005 wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitspraak

06/1047 WSF
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 januari 2006, nr. 05/52 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de hoofddirectie van de Informatie Beheer Groep (hierna: IB-Groep)
Datum uitspraak: 12 januari 2007
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
De IB-Groep heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 december 2006. Appellante is in persoon verschenen. De IB-Groep was vertegenwoordigd door mr. M. van der Toorn.
II. OVERWEGINGEN
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen de schuldbedragen, vermeld in het besluit van 6 november 2004 waarbij haar draagkracht voor het jaar 2005 op nihil is vastgesteld.
Bij besluit van 13 december 2004 (het bestreden besluit) heeft de IB-Groep het bezwaar ongegrond verklaard.
De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
Appellante heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat haar beroep was gericht tegen de beslissing van de IB-Groep om de haar in de jaren 1998, 1999 en 2000 ontvangen partnertoeslag terug te vorderen. Zij is het er niet mee eens dat de partnertoeslag achteraf wordt teruggevorderd. De IB-Groep heeft de partnertoeslag immers destijds zelf toegekend, terwijl appellante altijd alle door de IB-Groep gevraagde gegevens heeft verstrekt.
Het bestreden besluit in het onderhavige geding betreft evenwel niet de terugvordering van de partnertoeslag. Daarover is reeds eerder een besluit genomen dat in een vorige procedure tussen partijen in stand is gebleven (CRvB 4 november 2005, nr. 04/3803 WSF, LJN: AU6429).
De thans aangevoerde grieven raken niet aan het bestreden besluit en kunnen bijgevolg geen doel treffen. De aangevallen uitspraak komt mitsdien voor bevestiging in aanmerking.
Er zijn geen termen aanwezig voor vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door J. Janssen. De beslissing is, in tegenwoordigheid van M.H.A. Uri als griffier, uitgesproken in het openbaar op 12 januari 2007.
(get.) J. Janssen.
(get.) M.H.A. Uri.