ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Janssen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering en toewijzing hoger beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij haar WAO-uitkering per 31 juli 2003 werd herzien van 80-100% naar 15-25% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Breda had het beroep ongegrond verklaard en de medische beperkingen vastgesteld door de verzekeringsartsen bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische beoordeling door de verzekeringsartsen en de psychiater P.J.H. Notten geen aanleiding geeft tot twijfel over de mate van arbeidsongeschiktheid. Wel stelt de Raad vast dat het UWV onvoldoende toelichting heeft gegeven op de arbeidskundige onderbouwing van het besluit, met name over de functiebelastingen die niet aansluiten bij de belastbaarheid van appellante.
Daarom vernietigt de Raad zowel het besluit van 16 oktober 2003 als de aangevallen uitspraak van de rechtbank. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven echter geheel in stand op grond van artikel 8:72 lid 3 Awb Pro. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante en dient het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.