ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6887
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens geen winst als zelfstandige
Appellant werkte sinds november 2000 als zelfstandig metselaar en liep in 2001 twee ongevallen op die knieklachten veroorzaakten, waardoor hij tijdelijk niet kon werken. Hij vroeg op 11 september 2002 een uitkering aan op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) weigerde de uitkering op 15 juli 2003 omdat appellant geen winst had genoten als zelfstandige, een voorwaarde voor toekenning. Dit besluit werd bij bezwaar op 28 november 2003 bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat hij geen winst had gerealiseerd. De Centrale Raad van Beroep volgde dit oordeel en bevestigde de uitspraak, verwijzend naar het wettelijke beginsel van feitelijke inkomensderving bij de WAZ, anders dan bij de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.
De Raad zag geen reden voor toekenning van proceskosten en wees het hoger beroep af, waarmee de weigering van de WAZ-uitkering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering wegens het ontbreken van winst als zelfstandige.