ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6890
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing langdurigheidstoeslag op grond van inkomsten uit arbeid
Appellante, geboren in 1945, ontvangt sinds 1979 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Op 12 oktober 2004 diende zij een aanvraag in voor een langdurigheidstoeslag. Het College wees deze aanvraag op 6 december 2004 af en verklaarde het bezwaar ongegrond op 11 april 2005, omdat appellante tussen 1 november 1999 en 2 mei 2000 inkomsten uit arbeid had ontvangen en daardoor niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de WWB.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging hiertegen in hoger beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geconcludeerd dat de aanvraag terecht is afgewezen, omdat uit de stukken blijkt dat appellante in de relevante periode via een uitzendbureau werkzaamheden heeft verricht en inkomsten heeft genoten.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De beslissing is genomen door Th.C. van Sloten en uitgesproken op 9 januari 2006.
Uitkomst: De aanvraag voor langdurigheidstoeslag is terecht afgewezen vanwege inkomsten uit arbeid gedurende de relevante periode.