ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6892
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WAO-uitkeringsbesluit ondanks betwisting concentratie- en slaapproblemen
Appellant is sinds februari 2001 arbeidsongeschikt wegens nek-, rechterarm- en psychische klachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 15 tot 25%, later bijgesteld naar 25 tot 35%.
Appellant betwistte dit en stelde dat zijn concentratieverlies en slaapproblemen onvoldoende waren meegewogen, waardoor hij recht zou hebben op een hogere uitkering (80-100%). Hij bracht echter geen medische onderbouwing of rapport van een onafhankelijk arts in, noch was hij voor genoemde klachten in behandeling.
De Raad volgde de rechtbank en concludeerde dat er geen objectief-medische gronden waren om de bevindingen van de verzekeringsartsen te verwerpen. De Raad bevestigde dat appellant in staat was de werkzaamheden te verrichten die aan de schatting ten grondslag lagen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit dat appellant recht heeft op een WAO-uitkering van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid.