ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6934
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en vergoeding wettelijke rente na gedeeltelijke nalatigheid UWV
Appellant, sinds 1993 arbeidsongeschikt, kreeg een WAO-uitkering toegekend die in 2001 werd herzien tot 35-45% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar verklaarde het UWV het bezwaar ongegrond, maar stelde later bij een nieuw besluit de arbeidsongeschiktheid op 45-55%.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV het bezwaarbesluit van 24 juni 2003 moet vernietigen wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro, omdat het maatmanloon onjuist was berekend. De medische en arbeidskundige gegevens ondersteunen de vastgestelde beperkingen en belastbaarheidspatroon.
Het beroep tegen het latere besluit van 12 april 2005 wordt ongegrond verklaard. Omdat het UWV nalatig was in de uitbetaling van de uitkering, wordt het veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente. Tevens wordt het UWV veroordeeld in de proceskosten en het betaalde griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het bezwaarbesluit van 24 juni 2003 wordt vernietigd en het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente en proceskosten.