ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6946
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk
Appellante ontvangt sinds 1977 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft haar uitkering in 2002 ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat zij verdergaand beperkt is, onderbouwd met medische rapporten en contra-expertise.
De rechtbank stelde op basis van medische en arbeidskundige rapportages vast dat appellante geschikt is voor haar eigen functie en dat er geen medische urenbeperking van toepassing is, conform de Standaard verminderde arbeidsduur. De Raad bevestigt dit oordeel en acht de functionele beperkingen niet zodanig dat een urenbeperking gerechtvaardigd is.
De Raad acht de medische beoordelingen, waaronder die van Fokke, Van der Leeuw en andere specialisten, betrouwbaar en consistent. De arbeidskundige beoordeling bevestigt de geschiktheid van appellante voor haar eigen werkzaamheden en de functies waarop de schatting is gebaseerd.
De Raad ziet geen aanleiding om af te wijken van het bestreden besluit en bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering met ingang van 1 juni 2001. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 16 januari 2007.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellante wordt bevestigd omdat zij geschikt wordt geacht haar eigen functie te vervullen zonder medische urenbeperking.