ECLI:NL:CRVB:2007:AZ6976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- G. van der Wiel
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bruto WAZ-uitkering ondanks bezwaar appellant
Appellant ontving een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80%. Na onderzoek van zijn inkomsten heeft het Uwv de uitkering over bepaalde jaren teruggebracht en een bedrag van €13.719,20 bruto teruggevorderd wegens onverschuldigde betaling. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar de rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat de terugvordering netto in plaats van bruto had moeten plaatsvinden en dat het Uwv onterecht vertrouwen had gewekt door de uitkering niet te schorsen na het inkomensonderzoek. De Raad oordeelde dat de onderliggende besluiten formele rechtskracht hebben gekregen omdat appellant daartegen geen rechtsmiddel heeft aangewend, waardoor de onverschuldigdheid van de betalingen vaststaat.
Verder stelde de Raad vast dat het ontbreken van verrekening met de fiscus rechtvaardigt dat de terugvordering bruto geschiedt. Appellants beroep op schending van de redelijke termijn en op het vertrouwensbeginsel faalde eveneens. De Raad concludeerde dat geen dringende redenen aanwezig zijn om van terugvordering af te zien en bevestigde de aangevallen uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de bruto terugvordering van de onverschuldigde WAZ-uitkering en wijst het hoger beroep af.