ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7039
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens geschiktheid eigen werk
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarin werd geoordeeld dat hij vanaf 1 januari 2004 geen recht had op een uitkering op grond van de Ziektewet omdat hij niet ongeschikt was tot het verrichten van zijn eigen arbeid als operator.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de medische bevindingen en conclusies van de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. Appellant heeft in beroep geen nieuwe medische informatie overgelegd die een ander oordeel zou rechtvaardigen.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank en ziet geen aanleiding om een deskundige te benoemen. Ook de arbeidskundige grief van appellant wordt verworpen, omdat de bezwaararbeidsdeskundige voldoende onderzoek heeft gedaan naar de zwaarte en het tempo van het werk.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de aangevallen uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van ziekengeld wordt bevestigd.