ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7041
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens ontbreken van functiebeperkingen
Appellante, werkzaam als assistente-bibliothecaresse bij de Hogeschool Leiden, meldde zich ziek op grond van de ziekte van Ménière en fibromyalgie. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts werd vastgesteld dat zij geen belangrijke functiebeperkingen had en in staat was haar lichte, afwisselende werk vier dagen per week te verrichten.
Op 9 maart 2004 werd het recht op ziekengeld beëindigd met ingang van 10 maart 2004. Het bezwaar hiertegen werd ongegrond verklaard, waarbij een bezwaarverzekeringsarts oordeelde dat de beperkingen van appellante haar werk niet onmogelijk maakten. De rechtbank onderschreef dit oordeel en verwierp het medisch rapport van de zenuwarts omdat het onvoldoende concreet was.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de eerdere oordelen en bevestigt dat appellante geen ernstige psychische beperkingen heeft die haar verhinderen haar werk te verrichten. Gezien de aard van het werk, met weinig tijdsdruk en emotionele belasting, acht de Raad het terecht dat het recht op ziekengeld is beëindigd. Er worden geen proceskosten opgelegd.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellante is met ingang van 10 maart 2004 terecht beëindigd.