ECLI:NL:CRVB:2007:AZ7042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van der Net
- Rechtspraak.nl
Bevestiging privaatrechtelijke dienstbetrekking en grove schuld werkgever bij loonopgaveverplichting
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarin werd geoordeeld dat betrokkenen in privaatrechtelijke dienstbetrekking werkzaam waren voor appellante en dat appellante grove schuld had aan het niet volledig doen van loonopgave over de jaren 1999 tot en met 2001.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het enkele feit dat betrokkenen ook als zelfstandig ondernemers worden aangemerkt, niet uitsluit dat zij in privaatrechtelijke dienstbetrekking voor appellante werkzaam konden zijn. De Raad benadrukt dat het beschikken over een VAR-WUO verklaring vanaf 2002 geen betekenis heeft voor de beoordeling van de jaren daarvoor.
Verder is vastgesteld dat er sprake was van een gezagsverhouding, ook al werden geen directe instructies gegeven, omdat de werkzaamheden van betrokkenen integraal onderdeel uitmaakten van de kernactiviteiten van appellante en organisatorisch in de bedrijfsvoering waren ingebed. Het gebruik van eigen vervoer en gereedschap doet hieraan niet af.
Ten aanzien van de boetes oordeelt de Raad dat appellante als werkgever verantwoordelijk was voor een volledige en juiste loonopgave. Het niet nakomen hiervan wordt gezien als grove schuld, omdat appellante naliet zich te vergewissen van de loonopgaveplicht. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat betrokkenen in dienstbetrekking waren en appellante grove schuld had aan het niet volledig doen van loonopgave.